Celanimatie (of traditionele animatie) uitgelegd: definitie, typen en methoden.

Disney heeft de hele twintigste eeuw lang generaties fans verrukt met zijn celanimatiefilms. De handgetekende, traditionele animatietechniek betekende een revolutie voor de ‘look and feel’ van de film. Maar wat is celanimatie eigenlijk, en hoe werkt het? In de handleiding van onze experts lees je er alles over.

Close-up van iemand die met een potlood een storyboard schetst.

Wat is celanimatie (of traditionele animatie)?

Celanimatie is een van de meest traditionele vormen van animatie waarbij objecten – meestal personages – met de hand worden getekend op doorzichtige celluloid vellen en over geschilderde achtergronden gelegd. Dit worden geanimeerde cellen of animatiecellen genoemd. 

Artiesten bij Walt Disney Studios maakten deze techniek populair vanaf de jaren dertig. Celanimatie was de standaardpraktijk tijdens de jaren vijftig en zestig tot en met de jaren tachtig, met films als De kleine zeemeermin. 

Maar aan het begin van de jaren negentig was het digitale tijdperk in opkomst. Aanvankelijk werden computers gebruikt om film in te kleuren, maar al snel werd het hele proces digitaal uitgevoerd, vertelde Disney-animator Floyd Norman aan Collider. Critici, artiesten en filmfans herinneren zich de dagen van de celanimatie echter nog als een gouden tijdperk. 

 

‘In die tijd werden animatiefilms met de hand gemaakt, zonder technologie. Het product was handwerk.’

Disney-animator Floyd Norman
 
 

Celanimatie versus digitale animatie: belangrijkste verschillen.

Celanimatie was gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw de dominante vorm van animatie in Hollywood, zoals gepopulariseerd door Walt Disney Studios. Pas in 1995 kwam de eerste computergegenereerde film: Toy Story van de destijds nieuwe studio Pixar. Maar wat zijn de belangrijkste verschillen tussen digitale en traditionele animatie? 

 

Handgetekend versus door de computer ontworpen.  

Het belangrijkste verschil tussen deze twee soorten animatie is de manier waarop ze worden gemaakt. Bij celanimatie tekenden artiesten met de hand op celluloid vellen, ook wel animatiecellen genoemd. Digitale animatie wordt grotendeels gemaakt door software en computers.

Vrouw aan een bureau die naar een laptop kijkt en op een designpad tekent.

Algoritme versus kunst.

De Disney-animators die werkten aan films als Sneeuwwitje, waren in de allereerste plaats kunstenaars. Hun gereedschappen waren pennen, potloden en verf. CGI-creators daarentegen werken met algoritmen en 3D-afbeeldingen. CGI-artiesten hebben enorme creatieve vaardigheden, maar dat zijn andere dan de handgetekende aanpak van vroeger, die meer een vorm van tekenen was. 

 

Enorme teams versus kleinere teams.

Voor films die worden gemaakt met traditionele animatie en animatiecellen zijn heel veel resources nodig. Als elk frame met de hand wordt getekend, heb je per productie een heleboel animators nodig. Productiemaatschappijen konden CGI-films in veel kortere tijd maken met veel minder mensen.

Gegrepen door de wereld van animatie?

Verdiep je er verder in door onze startershandleiding voor animatie te lezen.

Voorbeelden van celanimatie.

Celanimatie werd voor het eerst bij het publiek bekend aan het eind van de jaren dertig, toen Disney de techniek gebruikte bij zijn animatiefilms, waarmee deze animatiefilms nooit eerder vertoonde kleuren, beweging en realisme kregen. Een paar belangrijke voorbeelden van traditionele animatiefilms zijn:

Handen die een geopend klembord vasthouden.

Sneeuwwitje en de zeven dwergen (1937) 

Wanneer critici en mensen uit de industrie over celanimatie praten, gaat het meestal over Sneeuwwitje. De film kwam uit in 1937 en was de eerste Amerikaanse animatiefilm met volledige speelduur. Animators tekenden met de hand met inkt de omtrek van de personages op elk afzonderlijk celluloid vel, en dat wekte verwachtingen over wat je met animatie kon maken.  

 

Doornroosje (1959)

In 2015 vroeg ArtInsight aan zijn lezers: ‘Waarom is de originele kunst van Doornroosje zo prachtig?’ Het Disney van 1959 gebruikte een mengeling van met de hand met inkt getekende kleuren naast de destijds nieuwe techniek van de xerografie, die de originele inkt automatisch overbracht op de cel. Hierdoor kon Disney op een efficiëntere manier frames met een rijkdom aan details creëren. 

 

De Leeuwenkoning (1994) 

Tegen die tijd had Disney meer dan een halve eeuw ervaring met het maken van traditionele celanimaties opgebouwd. De Leeuwenkoning arriveerde tijdens wat critici de “Disney Renaissance” noemden, en ze prezen de warmte en de kleuren. Velen zien De Leeuwenkoning nog steeds als een mijlpaal van Disney-animatie.

 

De prinses en de kikker (2009) 

Aan het eind van het eerste decennium na 2000 waren CGI-animaties de norm geworden; Disney had de animatiestudio Pixar gekocht in 2006. Maar in 2009 maakte Disney een nieuwe handgetekende film, De prinses en de kikker, onder leiding van het team achter De kleine zeemeermin. Dit was een van de laatste handgetekende Disney-animaties. 

 

Een traditionele animatie maken.

Traditionele celanimaties zijn misschien vervangen door CGI en andere digitale animatietechnieken, maar je kunt nu nog steeds een celanimatie maken. Leer in een paar eenvoudige stappen hoe je dat doet:

 

  1. Zorg voor de juiste tools. Traditionele animatie is afhankelijk van pennen, potloden en papier in plaats van software en laptopschermen. 
  2. Zorg voor plastic. Je hebt een dun vel kleurloos, transparant en flexibel plastic nodig om je animatiecel te maken. 
  3. Teken je omtrek. Nu kun je met de hand de omtrek tekenen op de voorkant van het plastic. 
  4. Voeg kleuren toe.. Nu kun je op de achterkant van je vel kleuren en details binnen de omtrek toevoegen. 
  5. Herhaal dit voor elk frame. Teken een omtrek en vul die in voor elk afzonderlijk frame in je scène. 
  6. Maak een achtergrond. Ontwerp de achtergrond van de scène op een apart vel papier of karton. 
  7. Leg de animatie erop. Leg de animatiecellen op je achtergrond en maak er een foto van. Herhaal dit voor elk frame. 
Man achter een bureau die op een stuk papier schetst.

Traditionele animatietechnieken.

Traditionele animatie bestaat uit verschillende technieken en processen, waaronder celanimatie. Om je een beter idee te geven hoe deze iconische animaties in elkaar zijn gezet, hebben we er een paar in detail uitgewerkt.

 

Celtekening. 

De praktijk van handgetekende, afzonderlijke animatieframes op vellen van dun, transparant plastic. Deze animaties werden animatiecellen genoemd en de techniek, die vanaf het eind van de jaren dertig door Disney in zwang kwam, werd bekend als celanimatie. De omtrek wordt op de ene kant getekend, de kleur wordt op de andere kant toegevoegd en daarna wordt de animatiecel op een eerder gecreëerde achtergrond gelegd en gefotografeerd. 
 

Celoverlay.

Celoverlay hoort bij het celanimatieproces dat halverwege de twintigste eeuw een transformatie betekende voor het maken van animatiefilms. Personages werden met de hand op plastic vellen getekend en over bestaande achtergronden gelegd. Deze animatiecelbladen worden ‘de overlay’ genoemd omdat een vel over de achtergrond wordt gelegd, waardoor personages kunnen bewegen, en hun positie en hun uitdrukking kunnen veranderen. 


Beperkte animatie.

Door frame voor frame celtekenen werden animatiecellen gemaakt die er ongelooflijk mooi uitzagen: rijk aan details, kleur en diepte. Maar het proces zelf was tijdrovend en kostte veel resources. Als compromis werd beperkte animatie ontwikkeld. Teams voor beperkte animatietechnieken hergebruikten bestaande frames, en maakten alleen nieuwe animatiecellen als het nodig was.
 

Animatielussen. 

Een animatielus is een animatie die zichzelf herhaalt. Meestal gaat het om een relatief korte en simpele animatiesequentie die is ingesteld om voortdurend opnieuw te worden afgespeeld. De eerste animatielussen dateren van het begin van de twintigste eeuw en werden gebruikt in Steamboat Willie, een korte film van Walt Disney uit 1928. In het recentere verleden zorgde digitale technologie voor een transformatie op het gebied van animatielussen.

Animatielusvel met verschillende stadia van een brandende vlam.

Meervlaksprocessen.

Disney ontwikkelde de meervlakscamera aan het eind van de jaren dertig, een revolutie in het celanimatieproces. Vroeger werden alle animaties in een frame samengevoegd in één vlak. Dit leidde tot platte 2D-beelden. Zoals de naam al aangeeft, werden met de meervlakscamera meerdere niveaus of vlakken geïntroduceerd met verschillende personages en objecten op verschillende niveaus geplaatst. Door deze van bovenaf te fotograferen werd een gewaarwording van diepte gecreëerd.
 

Xerografie. 

Het drukkersbedrijf Xerox kwam in 1938 als eerste met de techniek van de xerografie als nieuwe methode om teksten en afbeeldingen op papier te produceren. Bij de ontwikkeling van wat in 1959/60 de 101 Dalmatiërs zou worden, gebruikte Disney xerografie om het celanimatieproces te stroomlijnen. Direct scannen van tekeningen op cellen bespaarde animators veel tijd en geld, volgens Disney-animator Floyd Norman
 

Rotoscoping. 

Rotoscoping is een techniek die animators gebruiken om personages realistisch te laten bewegen. Hierbij worden beelden van personages per frame overgetrokken wanneer ze bewegen. Dit werd vroeg in de twintigste eeuw ontwikkeld, maar in 1937 door Disney in Sneeuwwitje op het grote doek gebracht. Disney filmde acteurs in beweging en trok vervolgens die beelden over.

 

Gegrepen door de wereld van animatie?

Verdiep je er verder in door onze startershandleiding voor animatie te lezen.

Veelgestelde vragen over celanimatie.

Wat was de laatste celanimatie van Disney?

Disney’s laatste handgetekende celanimatie was Winnie the Pooh, uitgekomen in 2011. Deze film betekende het eind van een tijdperk van 2D-animatie dat in 1937 met Sneeuwwitje en de zeven dwergen was begonnen en de populaire cultuur van de twintigste eeuw had gedomineerd. Andere handgetekende Disney-klassiekers zijn Doornroosje (1959) en de Leeuwenkoning (1994). Heel toepasselijk dateren de Winnie the Pooh-verhalen van A.A. Milne uit de vroegste dagen van Disney. 

Wat zijn de voordelen van traditionele animatie?

Het grootste voordeel van traditionele animatie is de kwaliteit die je ermee creëert. Toen elk afzonderlijk frame met de hand werd getekend door vaardige artiesten, bereikten animatiefilms niet eerder vertoonde niveaus van kleur, diepte en realisme. Het voornaamste nadeel van celanimatie bestaat uit de tijd en de kosten die met de productie gemoeid zijn.

Wordt celanimatie nu nog steeds gebruikt?

Celanimatie is typisch een product van het twintigste-eeuwse Hollywood, vooral geassocieerd met Disney in de tijd van Doornroosje en 101 Dalmatiërs. Maar er zijn ook nu nog enthousiastelingen die de technieken gebruiken, en er is een iconische status omheen gebouwd in een generatie animators en filmfans. Celanimatie wordt tegenwoordig vaak gecombineerd met moderne digitale technieken. 

 

Ontdek meer over animatie.

Mogelijk heb je ook interesse in…

Een ambigram van het woord "adventure".

De kunst van ambigrammen ontcijferd.

Ontdek de kunst van het ambigram, een woord of ontwerp dat ook vanuit een andere hoek bezien nog betekenis heeft.

Prachtige digitale illustratie die als vectorbestand is opgeslagen

Wat is een vectorbestand?

Lees meer over de veelzijdigheid van deze bestandsindeling en ontdek hoe je die voor ontwerpen gebruikt.

Twee stripfiguren die naar een futuristisch matte-schilderij op de achtergrond staren

Creëer nieuwe werelden met matte-schilderijen.

Ontdek hoe je met matte-schilderijen scifi-steden en fantasielandschappen voor film, televisie en videospelletjes maakt.

Een kleurrijk mandalawerk

Creëer schoonheid en vind innerlijke rust met mandalakunst.

Ontdek de geschiedenis van mandala's en krijg tips voor het tekenen van deze heilige symbolen.