In de 17de eeuw trakteerden toverlantaarns het publiek op bewegende figuren tegen een statisch decor. Twee eeuwen later creëerden zoötropen en fenakistiscopen wellicht voor het eerst een serie snel veranderende beelden om beweging te suggereren.
Begin 20ste eeuw gebruikten filmmakers cameratechnologie om animaties te maken van handgetekende tekeningen en stop-motiontechnieken. Het uit 1908 stammende Fantasmagorie van Emile Cohl is een van de bekendste werken uit die tijd. Zes jaar later ontwikkelde Earl Hurd celanimatie – de dominante animatietechniek in de daaropvolgende zeventig jaar.
Steamboat Willie van Walt Disney, het eerste uitje voor Mickey Mouse, werd in 1928 uitgebracht. Dit was het begin van een gouden tijd voor de animatie. In de jaren '30 zagen allerlei Disney-figuren – van Goofy tot Donald Duck – plus de Looney Tunes-creaties zoals Bugs Bunny van Warner Bros, het licht. Disney bracht in de dertig jaren erna filmklassiekers uit, van Sneeuwwitje en de zeven dwergen tot Jungle Boek. In de jaren '60 en '70 brachten animators, poppenspelers en stop-motionartiesten vanuit een tegencultuur niet-mainstream technieken onder de aandacht van het grote publiek. Met de anarchistische sequenties van Terry Gilliam in Monty Python's Flying Circus vervaagde de lijn tussen cutout en collage. Elders in het VK betoverden de stop-motioncreaties van Oliver Postgate, zoals The Clangers, kijkers met een zachtaardige wereld waarin muisachtige wezens op de maan leefden, in fluittonen spraken en alleen soep aten.
Celanimatie bleef tot ver in de jaren '80 zeer populair. We zien hoe de Studio Ghibli-films zoals My Neighbour Totoro in die tijd doordringen tot westers publiek. Maar aan het einde van de jaren '80 begon Disney door de verbeterde computertechnologie digitale technieken te gebruiken in producties als The Rescuers Down Under (De Reddertjes in Kangoeroeland).
Intussen werden korte digitale-animatiefilms van Pixar, zoals Luxo Jr. populair door de opkomst van 3D-videogames in Japan. Pixar's eerste lange film, Toy Story uit 1995, werd met lovende kritieken ontvangen. Het digitale-animatietijdperk was begonnen.