Belichting
Om een helder onderwerp tegen een donkere achtergrond te fotograferen, moet je de scène op de juiste manier belichten. Het belangrijkste is dat je onderwerp meer wordt belicht dan je achtergrond. Als de achtergrond te sterk wordt belicht, legt je camera details achter je onderwerp vast en krijg je geen vlakke, zwarte kleur. "Ik probeer altijd om de lichte en donkere delen op de juiste manier te belichten, om ervoor te zorgen dat ik niet alleen het licht op het haar op de foto krijg, maar ook de diepe achtergrond daarachter om het onderwerp er echt uit te laten springen", vertelt Perkowski. Controleer terwijl je werkt regelmatig je instellingen en eerdere opnamen, om er zeker van te zijn dat niets te donker of te licht is.
Camera-instellingen
Zorg dat je onderwerp voldoende wordt belicht en begin met een lage f-stop-instelling. Experimenteer met alle waarden, van 1,4 tot en met 4. Als de achtergrond niet donker genoeg is, kun je het diafragma iets verkleinen door de waarde te verhogen naar ongeveer 6. Daardoor valt er minder licht in de lens, zodat de achtergrond donkerder wordt. Vergeet niet dat je bij een lagere f-stop een geringere scherptediepte krijgt, dus zorg ervoor dat je onderwerp in focus is.
Stel de ISO van je camera in op een lage waarde, ergens tussen 100 en 125. Daardoor neemt de lichtgevoeligheid van de camera af, zodat de achtergrond van je foto donkerder wordt en je geen ongewenste textuur krijgt. Pas ter compensatie de sluitertijd aan. Bekijk hoe een korte sluitertijd werkt met het ingestelde diafragma. Als je de afbeelding onderbelicht, stel je een langzamere sluitertijd in en plaats je de camera op een statief om bewegingsonscherpte te voorkomen.